Gerardus Frederik Boulogne (1895-1971) : periode 1895-1940
JEUGD EN OPLEIDING
Gerard Boulogne ziet in 1895 als de helft van een tweeling in Gorinchem het levenslicht. Zijn vader is smid, die samen met zijn echtgenote dertien kinderen krijgt. Gerard heeft zijn vader nauwelijks gekend, want deze overlijdt als hij drie jaar oud is.
Geheel in lijn met de emancipatiegolf van “de kleine luyden” van Abraham Kuyper zoekt de gereformeerde Gerard emplooi in “werken met het hoofd”, in plaats van “werken met de handen” zoals zijn vader. Na het behalen van zijn mulo diploma volgt hij daarom een opleiding tot onderwijzer.
Eind 1913 krijgt Gerard een aanstelling tot leerkracht bij een lagere school. Dat wordt echter geen onverdeeld succes. Anderen uit zijn familie maken beter gebruik van hun onderwijsakten, zelfs tot in het toenmalige Nederlandsch Indië toe.
Begin 1914 meldt hij zich aan als vrijwilliger en wordt hij bij de keuring voor militaire dienstplicht als aspirant vaandrig bij de artillerie ingedeeld. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog treedt hij in actieve dienst bij het 3e regiment vestingartillerie.
EERSTE WERELDOORLOG
Militaire archieven noch een persoonlijk dagboek uit die tijd geven duidelijkheid over de taken die Gerard tijdens zijn diensttijd uitvoert of waar hij gelegerd is. Naast het bivakkeren op de heide oefent hij ongetwijfeld met zijn manschappen in het bedienen van het geschut van de Artillerie Schietkamp bij ’t Harde in de gemeente Oldebroek.
Bivak te Oldebroek (1915) met reserve-sergeant Gerard liggend rechts op de foto.
Artilleristen tijdens een schietoefening met een mitrailleur te Oldebroek (1915).
Vestingartillerie militairen worden gewoonlijk gestationeerd bij een vesting en bij de vesting is ook het geschut aanwezig. De “Nieuwe Gorinchemsche Courant” houdt tijdens de oorlog benoemingen van lokaal gelegerde militairen bij. Deze krant meldt op 9 december 1915 dat Gerard op 3 december is benoemd tot Reserve Tweede Luitenant van het 3e regiment vestingartillerie. Wellicht oefent hij in die periode bij Gorinchem met zijn manschappen met onderstaande kanonnen.
Excercitiebatterij van (oude) 10 cm bronzen kanonnen bij Gorinchem (1922)
De geschiedenis van Vestingstad Gorinchem is via hun website[i] prachtig beschreven.
Lolke Rang (1893-1963) met een vrijwel identieke achtergrond, opleiding en militaire loopbaan als Gerard beschrijft in zijn persoonlijk essay “mobilisatieherinneringen”[ii] wel waar hij gediend heeft en welke rol hij toen vervulde.
Bij groot verlof na het einde van de Eerste Wereldoorlog wordt Gerard in 1919 benoemd tot Reserve Eerste Luitenant.
Gerard Boulogne en Meinoud Rost van Tonningen dienen merkwaardig genoeg in die periode bij hetzelfde regiment en al hun benoemingen vinden steeds op dezelfde dag plaats. De laatste maakt echter vervolgens andere keuzes dan Gerard.
NA DE EERSTE WERELDOORLOG
In 1920 is Gerard propagandist voor de Bijzonder Vrijwillige Landstorm (B.V.L.) van het verband Dordrecht. In 1921 volgt zijn benoeming tot secretaris van de Nationale Landstorm Commissie, als opvolger van Pieter van Rees, die burgemeester wordt.
Gerard komt waarschijnlijk voor deze functie in aanmerking omdat hij als succesvol propagandist diverse malen de krant weet te halen, waaronder “De Standaard”, het blad van de Anti Revolutionaire Partij (ARP). Hendrik Colijn, hoofdredacteur van dit blad, is echter tevens erevoorzitter van de Nationale Landstorm Commissie (NLC).
Voorzitter van de NLC, Lodewijk Duymaer van Twist, schetst bij de sollicitatie van Gerard het volgende doel voor de secretaris: wij hebben nu 40.000 leden en willen groeien naar 100.000 leden. Wat doet u als dat niet lukt, gaat u dan weg is daarbij zijn vraag. Waarop de 26-jarige Gerard de 55-jarige voorzitter antwoordt: daar ben ik zelf bij en zodoende volgt zijn benoeming tot secretaris. Hij bestiert vervolgens, als fulltime kracht samen met de voorzitter de B.V.L. tot in en na de Tweede Wereldoorlog[iii].
Gerard trouwt in 1922 met Trijntje Landaal (1902-1957). Zij groeit op in Elburg en haar vader was machinefabrikant en net als Gerard zoon van een smid. Gerard bezocht de familie van Trijntje regelmatig vanuit het nabijgelegen Oldebroek als hij daar moest oefenen. Na zijn huwelijk verhuist hij met haar naar Den Haag en Voorburg, alwaar zij samen vier zonen en twee dochters krijgen.
In zijn periode als secretaris woont Gerard op vele plaatsen in het land met lokale- en nationale autoriteiten propagandabijeenkomsten bij om leden te werven. Hij treedt daarbij vaak op als vervanger voor Duymaer van Twist. Over de activiteiten waarbij hij aanwezig is verschijnen honderden artikelen in landelijke- en lokale kranten. Dit in navolging van Pieter van Rees, die hiervoor eerder vele contacten legde. Dergelijke propaganda is belangrijk, want het werven van leden verloopt niet overal eenvoudig.
In 1922 is Gerard samen met Duymaer van Twist en administrateur van de NLC, Gerard van Sitteren, betrokken bij de oprichting van het gewestelijk Landstorm blad voor Limburg en Noord-Brabant en hij schrijft diverse artikelen in dit maandblad.
Op de voorpagina van dat blad verschijnt in 1922 een artikel van Gerard met daarnaast een waarschuwend artikel van hoofdredacteur jhr. J. Graafland over het opkomend Italiaans fascisme[iv]. In 1923 schrijft hij zelf een artikel over dat onderwerp in een ander gewestelijk maandblad[v], een onderwerp waar hij nog vaker op terug komt.
In 1923 trekt het dagblad “De Nederlander”, in geval van oorlog de loyaliteit van de B.V.L. t.o.v. een algemene dienstplicht in twijfel. Gerard aarzelt niet en dient het dagblad tweemaal van repliek met een ingezonden stuk[vi].
Gerard richt in 1924 het nationale Landstormblad op en wordt hoofdredacteur van dit blad, een taak die hij tot in 1940 vervult. Het Landstormblad vervangt de gewestelijke Landstormbladen, het verschijnt maandelijks en telt tienduizenden abonnees.
Het NLC secretariaat is gehuisvest in het zelfde gebouw als het bureau van de inspecteur van de Vrijwillige Landstorm. Dit bureau houdt zich bezig met korpsvorming, oefening en mobilisatie.
Gerard (links) met inspecteur Hendrik de Iongh
Vanaf 1925 tot 1937 stelt Gerard een geactualiseerde handleiding samen voor vrijwilligers van de B.V.L. met onderwerpen als: opkomst, werving, en schietoefeningen. Dit in vervolg op het boek van W.J.M. Linden uit 1922 met als titel: “Vrijwillige Landstorm”.
Het boekje is bestemd voor alle tienduizenden leden van de B.V.L. en met de diverse herdrukken groeit de omvang in 1937 naar 170 pagina’s. Om de kosten voor dit drukwerk en van andere B.V.L. uitgaven te beperken richt Gerard samen met administrateur G. van Sitteren een uitgeversmaatschappij voor de B.V.L. op: “Steun Wettig Gezag (SWG)”. De drie eerdere edities van dit boekje zijn samen met deze vierde druk volledig op deze website in te zien.
Gerard is in 1926 lid van het filmcomité dat verantwoordelijk is voor de samenstelling van de “Landstormfilm”. Deze stomme film toont de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven van “den Bijzonderen Vrijwilligen Landstorm” en wordt in de volgende jaren vele malen vertoont[vii], waarbij Gerard op lokale bijeenkomsten vaak uitleg geeft.
Op regionale landdagen houdt de B.V.L. meestal schietwedstrijden om vrijwilligers hun vaardigheid te laten tonen. Aanhangers van S.D.A.P./N.V.V. horen dat bij de landdag in Beetsterzwaag motorafdelingen en zelfs vliegtuigen ingezet worden. Zij besloten daarom met tienduizenden hiertegen te demonstreren.[viii] Het socialistisch dagblad “Het Volk” noemt het plan van de B.V.L. : “militaristische propaganda”[ix].
Colijn en Duymaer van Twist maken op de landdag van Beetsterzwaag in 1926 een plan tegen ‘de rode intimidatie’ en Duymaer roept Boulogne bij zich met de vraag of een nationale landdag zoals in Beetsterzwaag te organiseren is. Het antwoord is ‘ ja, maar daar heb ik wel een jaar voorbereiding voor nodig’[x].
Tijdens de voorbereidingen voor de nationale landdag is Gerard secretaris van het dagelijks bestuur en neemt zitting in drie van de zes overige commissies, waaronder die van publiciteit. De bijeenkomst van september 1928 is met ruim 20.000 deelnemers, vanuit het hele land een groot succes[xi]. Gerard, dan 33 jaar, wordt kort daarna koninklijk onderscheiden: ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
In 1931 houdt Gerard voor 1000 gewestelijke- en lokale commissieleden een voordracht over “het plaatselijk leiderschap van de B.V.L.”[xii]. Namens de regering is minister van justitie, J. Donner aanwezig die de minister van Defensie vervangt. In aansluiting hierop schrijft hij in 1932 een (SWG) boekje met als titel: “De werkzaamheden van de Plaatselijke en Gewestelijke Landstorm Commissiën”.
Gerard (rechts) bij de bijeenkomst van gewestelijke secretarissen in 1927.
Gerard schrijft eind 1931 in een ingezonden brief aan dagblad “Het Vaderland”[xiii] het volgende : “Aan de opdringerige liefde van de Nederlandsche fascistengroepen heeft de Bijzondere Vrijwillige Landstorm steeds met kracht weerstand geboden, aangezien de Landstorm beweging het nu eenmaal fataal zou vinden, indien de politieke strijdwijze van Hitler met z’n Nazi’s en die van de Oostenrijksche Heimwehren in ons land navolging zou gaan vinden”. Dit naar aanleiding van een advertentie van de “Facistenbond De Bezem” in dat dagblad[xiv] om leden van de B.V.L. te werven.
In de periode voor de Tweede Wereldoorlog verschijnen Duymaer van Twist en Boulogne een aantal keren voor de radio om het belang van de B.V.L. toe te lichten[xv].
In 1932 volgt zijn benoeming tot reserve-kapitein bij de afdeling veldartillerie.
NSB leden van de Eerste Kamer beschuldigen in 1937 de B.V.L. ervan, net als eerder een partijleger te zijn gericht tegen communisten en daarvan mogen zij (sinds 1933) geen deel uitmaken. Dit als onderdeel van de begrotingsbehandeling van Binnenlandse Zaken voor 1937[xvi].
Het Landstormblad van maart 1937 geeft met de volgende zin duidelijkheid over haar positie t.o.v. het wettig gezag[xvii]:
“Het Wettig gezag in ons land is voor de B.V.L. Hare Majesteit de Koningin en voorts behoren daartoe allen, die door haar overeenkomstig Grondwet en wet – natuurlijk zonder terreur, geweld, intimidatie of dwang – voor de uitoefening van gezag in haar naam zijn benoemd”.
Meinoud Rost Van Tonningen is opmerkelijk genoeg in die periode eveneens betrokken bij een politieke beweging, in dat geval de NSB. Partijleider Anton Mussert benoemt hem in 1936 tot de hoofdredacteur van het “Nationale Dagblad” van de NSB. Meinoud vaart daarbij een duidelijke pro-nazi/pro-Hitler Duitsland koers, d.w.z. van een land, waarin men geen geweld tegen politieke tegenstanders of joden schuwt.
MOBILISATIE EN UITBREKEN VAN DE TWEEDE WERELDOORLOG
In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog wordt Gerard bij de algemene mobilisatie van 28 augustus 1939 ingedeeld bij de stafafdeling logistiek.
G.F.Boulogne en collega J.Wiersema
Vanaf die datum vermeldt het Landstormblad in haar aanhef dat Gerard verantwoordelijk redacteur is.
DUITSE BEZETTING EN OPHEFFING VAN DE B.V.L.
In de voorlaatste editie van het blad verschijnt een artikel met de volgende strekking[xviii]:
In opdracht van de Führer van het Duitsche Rijk is het burgerlijk bestuur overgedragen aan de Rijkscommissaris Dr. A. Seyss-Inquart en voor zover het militaire aangelegenheden betreft aan den Luitenant-Generaal F. Christiansen.
Vanzelfsprekend mag bij den Bijzondere Vrijwillige Landstorm niet worden uitgegaan van de gedachte, alsof er niets is veranderd met betrekking tot dit instituut. De B.V.L. neemt een geheel andere positie in, dan de organen van de politie en de ambtenaren. De Bijzondere Vrijwillige Landstorm is een organisatie van vrijwilligers tot onverplichten steun aan het wettig gezag.
Nu er in de plaats van dit laatste e.e.a. geheel andere openbare macht is gekomen, is de oorspronkelijke grondslag aan de vrijwillige verbintenis van de bijzondere landstormers komen te ontvallen.
Deze zaak zal men, om zuiver te staan, zich goed moeten indenken. Dit neemt niet weg, dat de mogelijkheid niet is uitgesloten, dat na het totstandkomen van de nodige principiële wijzigingen, voor de zaak van land en volk misschien nog veel goeds zal kunnen worden verricht.
In de laatste editie van het Landstormblad[xix] staat de volgende tekst:
Na de ontbinding der Vrijwillige Landstormkorpsen Motordienst, Vaartuigendienst, Spoorwegdienst, Luchtwachtdienst en Luchtafweerdienst is thans de mededeeling ontvangen, dat op bevel der Duitsche Overheid, ook de B.V.L. wordt opgeheven en zijn werkzaamheden moeten worden gestaakt.
De bijzondere vrijwilligers zijn hiermede ontslagen van hunne verbintenis, welke, zooals wij reeds in een vorig blad hebben uiteengezet, na de bezetting haar feitelijken grondslag had verloren.
De redactie geeft in die dagen onder de kop “tegen alle verwachting in” het volgende bericht mee, waaruit wij ook in de huidige tijd moed kunnen putten:
Nog velen zullen zich herinneren, hoe in 1914 niemand kon gelooven aan een
langen duur van den toenmaals uitgebroken oorlog.
Doch ook toen de vrede in 1918 kwam, was dit opnieuw voor de wereld een verrassing.
Op gelijke wijze is het ons nu vergaan.
Geheel onverwacht werden wij in den oorlog betrokken en het snelle verloop
er van tot aan de capitulatie van Frankrijk heeft de wereld met verbazing geslagen.
De revolutionaire dynamiek van het nieuwe Duitsche Rijk heeft Europa met
zulk een onmetelijke kracht overrompeld, dat alle berekeningen en verwachtingen
verkeerd zijn uitgekomen.
Sommigen meenen, dat het nu heel spoedig in de wereld vrede zal zijn;
anderen denken, dat het nog jaren zal duren.
Niemand weet de toekomst dan God alleen, die het leven der volkeren en
van de wereld bestuurt. Het einde zal daarom, of dat korter of langer duurt,
wel weer geheel onverwacht komen.
In het midden van 1918 wist niemand, hoe in Augustus 1919 de wereld er zou
uitzien. Het werd alles volkomen anders, dan wie ook het had kunnen droomen.
En vandaag weet ook niemand, hoe de stand van zaken over een jaar zijn zal.
Alles is nog in spanning, in actie, in beweging.
Eerst als de cycloon geëindigd is, kan men de verwoesting overzien.
Het moet eerst vrede worden. Het eenige vaste is God in Zijn heiligheid,
rechtvaardigheid en barmhartigheid in Christus.
En op den bodem aller vragen ligt der wereld en onze eigen zondeschuld. Noten
[i] https://vestinggorinchem.nl/artikelen/kanonnen-dalem-bolwerk/
[ii] https://doccentrum.stelling-amsterdam.nl/publicaties/dossiers/mobilisatie-herinneringen/index.php.
[iii] De Geschiedenis van de Vrijwillige Landstorm (auteur: majoor Fred Warmer, 2024), p. 174
[iv] Maandblad “De Landstorm” (voor Limburg en Noord Brabant), editie november 1922
[v] Maandblad “De Bijzondere Vrijwillige Landstorm” (voor Overijssel en Gelderland), editie mei 1923
[vi] Dagblad “De Nederlander”: edities 29-10-1923 en 28-11-1923
[vii] Het Landstormblad, editie januari 1927
[viii] Als ’t Moet (auteur: Dr. J.C. van der Does, 1959), p. 235
[ix] Dagblad “Het Volk”, editie 29-09-1926
[x] Als ’t Moet, p. 235
[xi] Dagblad “De Nederlander”, edities: 13-09-1928 en 28-09-1928 (nu B.V.L. meer welgezind)
[xii] Dagblad “Utrechtsche courant”, editie 12-03-1931, Landstormblad, editie januari 1932
[xiii] Dagblad “Het Vaderland, editie 14 december 1931
[xiv] Dagblad “Het Vaderland”, editie 11 december 1931
[xv] De Geschiedenis van de Vrijwillige Landstorm, p. 243
[xvi] Dagblad “De Volkskrant”, editie 30 januari 1937, zie ook Als ’t Moet, p.204 en
J. Gijsenbergh (dissertatie 2017), Extremismebestrijding in Nederland, 1917-1940, p. 139 en 171
[xvii] Als ’t Moet, p. 256.
[xviii] Het Landstormblad, editie juli 1940
[xix] Het Landstormblad, editie augustus 1940